1- Het gedicht KLEURSTELLING heb ik geschreven naar aanleiding van een gebeurtenis in de raadsvergadering van juli, die mij raakte. Het citaat van Jan Campert (door de nazi's vermoord) is passend bij de sfeer van deze website, en bovendien woon ik ik de wijk Voorhof, dichtbij de Jan Campertlaan, op de Herman Gorterhof (sociaal-democratisch politicus en dichter van Mei) waar ik -echt waar- op 1 mei 2005 kwam wonen.
KLEURSTELLING
o hart, mijn hart, o bloedrode rebel (Jan Campert)
Smaalt hij ‘ze heeft haar rode hemdje aan’ en raar: opeens zie ik zíjn hemd waar het eerst paars leek, bruin!
Met schuin oog houd ik vast aan het gesmade kledingstuk, wat een geluk: het blijft bloedrood, de kleur die bij haar past.
(juli 2008)
2- Je krijgt een DIAGNOSE: wordt nu alles anders, of blijf je toch dezelfde mens, misschien met een helderder kijk?
DIAGNOSE
later is nu niet meer zoveel later, maar gek genoeg is vroeger ook niet langer vroeg vertraagde tijd dikt wat voorbij is in tot concentraat: het weinige dat nog gebeuren gaat, hoe onschuldig ook, zich verder voordoen als een zoet delict
begrijpt u alles? misschien meer dan met de stand van jullie kunst en wetenschap denk ik, deurknop in de hand en de andere in de zijne op straat bekijkt een tienerblik mij eensklaps oude man die nog niet laten kan haar bloei vertederd te bezien: plukverbod
om de hoek in de kapel zoek ik God, ik weet Hem wel aanwezig maar kan nu niet met hem in gesprek: incompatibilité d’humeurs maar bij de deur roept Hij mij terug leert mij in een flits begrijpen: later is voor ons nooit meer dan meteen na nu en hier, iedere deze keer
(september 2006)
3- Een proeve van bekwaamheid tot het schrijven van een erotisch gedicht; hoe bewaar je de zinnelijkheid van een BESTORMING zonder dat het plat wordt?
BESTORMING
eerst komt het zicht, juist onderuit de camouflage van de zomergele helmgrasrand hoor ik ze kijken: ‘vijand op half één’, twee blauwe wapenlopen vast op mij gericht
dan in de zachte ronding van het duin zie ik hen komen schuinweg op mij toe concave curven, hoe zal ik deze durven te weerstaan? ik leg ik het hoofd neer om ze niet te hoeven wachten
terwijl ik naderbij gekropen draaien ze mijn richting uit en zwenken naar omlaag waar ik een vage opstand voel bewegen -die tegenhouden zal mij niet meer lukken: de strijd is al voorbij
(oktober 2008)
4 - Poëzie vertalen is vaak een hachelijke zaak. De Zuid-Afrikaanse dichteres Elisabeth Eybers (1915-2007) is één van mijn favorieten. In haar laatste bundel (Valreep / Stirrup-Cup, 2005) schreef zij van elk gedicht twee versies, Afrikaans en Engels, haar vader- en moedertalen. Ik doe hier een poging tot vertaling in het Frans.
VIR BERT
Noudat jy swyg is daar niks meer vir my om ooit nog te begeer buiten die tydstip waarop ek dieselfde stilte mag betrek.
(Elisabeth Eybers)
TO BERT
Now that you’re mute there’s nothing more that I could still be hankering for except the freedom to abstain like you, from uttering words again.
(Elisabeth Eybers)
A BERT
Ici que tu ne peux plus parler je n’ai plus rien à convoiter que l’heure de liberté pour moi d’être aussi silencieux que toi.
(vert. RC juli 2008)
5 - De dagen gaan volgende week weer lengen, dat geeft aanleiding tot een filosofisch gedicht over de wisseling van de seizoenen.
KEERPUNT
Life, as it is called, is for most of us one long postponement. (Henry Miller)
de zonnewende van de Steenbok - in het nieuwe jaar zal ik en ook natuurlijk maar niet langer avontuurlijk, hooguit ietsjes banger en te licht geroerd door elke sneeuwvlok die vergeefs op eeuwig leven hoopt maar zichzelf vloert
en ik zal wachten, hopen, zomerkleren kopen en de Bok vervangen door de Kreeft maar lang voor juni al gaan voelen dat de wacht geen zin meer heeft
hogere levensdoelen zijn er niet voor wie nu leeft
(december 2008)
6- Naar aanleiding van de dood van Augusto José Ramón Pinochet Ugarte, Chileens dictator)
AUGUSTUS
I come to bury Caesar, not to praise him The evil that men do lives after them William Shakespeare
Hij kwam niet om de keizer te begraven: met laatste eer bemoeide hij zich nooit, maar toen wij zagen hoe hij zich ontdeed van president Allende –door het Chileense volk gekozen- hadden wij moeten raden het voor de kiezers nog te wachten leed door wie zich christen heet.
(december 2006)
7- Op vrijdag 6 december 1935 schreef ir A.A. Mussert in zijn weekblad Volk en Vaderland een sneerend artikel over “den zich katholiek noemenden Van Duinkerken”. Anton van Duinkerken reageerde met een echte rederijkersballade, de Ballade van den Katholiek, opgedragen aan Mussert. Omdat Nederland ook in 2009 zijn antidemocraten kent, die denken dat de vrijheid een legitimatie is voor het discrimineren van groepen mensen, heb ik onlangs een moderne versie gemaakt van Van Duinkerkens ballade. Ik gaf hem uiteraard de titel Ballade van de socialist mee. Aan wie ik hem opdraag staat er niet in, maar wellicht heeft u daar zelf ideeën over. Meerdere oplossingen zijn mogelijk.
BALLADE VAN DE SOCIALIST
Jawel mijnheer, ik noem mij socialist! Beroemde namen strekken mij tot voorbeeld: Mijn opa die van ’s werkmans vrijheid wist Heeft van zijn leven nooit een ander mens veroordeeld, Noch in de vijver van de wrok en naijver gevist, Als Internationaal nooit eigen volk bevoordeeld. Zijn bond die zoveel mensen te verbinden wist, En zijn partij die niet gestoeld was op een angstbeeld, Verbonden met miljoenen leden die ú mist, Bang als u bent voor wie u niet kritiekloos naspeelt, Daarom mijnheer, noem ik mij socialist!
U weet het wéér niet, van die zieke tijd, Toen München en Berlijn, en Berchtesgaden, Vol zwelgend in hun valse trots en rassennijd Zich Herren wanend voor het voetlicht traden. Geef mij de weg van strijd in solidariteit, Waar Uyl en Troelstra, Gorter, Roland Holst de paden Geëffend hebben voor de altijd actuele strijd, Zodat wij oogsten wat gegroeid is uit hun zaden. Dat De Miranda door zwartbruine vuige list Moest sterven om zijn soort, niet om zijn daden. Daarom mijnheer, noem ik mij socialist!
U prijst uw vrijheid als het hoogste goed, terecht, Maar weigert –paradox- dat goed aan allen, Vooral wier trekken u niet helemaal bevallen, Zodat u wat u zelf claimt, hun ontzegt. U hebt wellicht nooit het verhaal geweten (U kunt het toch niet zomaar zijn vergeten!) Van Anneliese Frank, gevlucht voor de barbaren, Die aan de Prinsengracht haar leven te bewaren… Dacht…, maar die haar lot niet te voorspellen wist. Zij wilde schrijfster worden als de oorlog was beslist: Daarom mijnheer, noem ik mij socialist!
Of men in Venlo of in Mokum is geboren, Al is het rode hemd mij nader dan de bruine rok, Zij die kritiekloos naar uw woorden horen Zijn met u medeschuldig in hun veil amok. Mijn opa heeft mij klip en klaar geleerd: De onderkruipers, zij verleren nooit hun streken. Nooit leerde ik mijn hand ten hemel steken, Heil roepend om een nagemaakte pruik. Ach, mag ik u één ogenblik van aandacht smeken Voor u vergeet wat er verborgen gaat in Clio’s buik? Meer dan ooit eer, mijnheer, noem ik mij socialist!
PRINCE Prins Willem die in Delft werd omgebracht, Wiens wijsheid door de eeuwen node werd gemist, Die ’t volk de werkelijke vrijheid bracht, Schild en betrouwen, noem mij socialist!
(mei 2009)
8- De lente, niet alleen bij Herman Gorter symbool van een nieuwe tijd met nieuwe hoop en verwachting. Onder het gedicht in een kwatrijn in het Frans, een korte samenvatting ervan.
MAAKBARE LENTE
… en die droom zal nooit sterven (dr. J.M. den Uyl)
de nacht ijskoud, de middag stralend zonnig kil door noordenwind - ik trek een jas aan en ik vind dat het nu lente is, ik houd tegen elk beter weten in mijn dalend optimisme hoog, ook al bedroog het mij ontelbare malen
wat statistiek niet meten kan of wetenschappelijk bewijs, zag ik in gouden ogen van een ree die in de ochtendvorst de warmte van ons paard te zoeken dorst tussen het ijs dat op de velden lag, één grote vonk van hier tot Arendonk
en nu de avond fluistert over de erven zie ik in ´t laatste licht bladknoppen openspringen die met hun rozenvingers in de dageraad van morgen ook de laatste kou zullen verdringen - ik haalde nog een gasfles in reserve
maart 2009
une nuit de glace nuit de printemps prépare l’espace au crépuscule naisssant